In't kort: Een overzicht van de Middeleeuwen in woord en beeld, met verschillende invalshoeken en heel wat fijne anekdotes, kleine weetjes en geschiedenisjes om de grote achterliggende stelling te bewijzen: de Middeleeuwen zijn veel meer dan enkel een periode van donkere leegte tussen de Oudheid en de Renaissance, zoals ons in het middelbaar onderwijs wordt ingestampt.
Mijn oordeel: Jozef Janssens heeft bij mij de liefde voor de Middeleeuwen opgewekt in zijn colleges, ik las al heel wat van zijn anderen werken, en zijn grote synthese kon ik dan ook niet missen.
Een ge-wel-dig boek, alles wat ik ervan verwachtte en meer. En mooi, zo mooi, al die illustraties.
Een (letterlijk en figuurlijk) prachtig boek.
Eindoordeel: *****
Deze blog gaat over boeken. Meer nog, het gaat over boekenwijzen die andere boekenwijzen naar boeken wijzen.
Posts tonen met het label Mighty K. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Mighty K. Alle posts tonen
30 oktober 2013
Het ware verhaal van de Kelly-bende - Peter Carey
In't kort: Ned Kelly, de beroemdste struikrover van Australië, vertelt zijn levensverhaal aan zijn dochter, die hij nooit heeft mogen en kunnen zien.
Nadat zijn moeder hem in de leer heeft gedaan bij een meester-struikrover, trekt hij zich terug in de bergen. Vandaaruit, met enkele kompanen, haalt hij zich door enkele kleinere criminele feiten de politie op de hals. Wanneer die hen dreigen in te rekenen, doodt hij de agenten, en het hek is voorgoed van de dam.
Als een Australische Robin Hood deelt hij de buit van enkele bankovervallen uit onder de bevolking, en wint hij zo hun sympathie, maar de bende stevent onafwendbaar op een tragisch einde af.
Mijn oordeel: Dit boek heb ik een aantal jaar geleden al eens gelezen, maar is zeker het herlezen waard.
Het boek krijgt een extra waarheidsgevoel door de stijl en de sfeer die Carey erin legt. Elk hoofdstuk begint met een soort literaire annotatie (bvb 'Postpapier met het briefhoofd van de Bank of New South Wales, 64 bladzijden van gemiddelde grootte (ca. 20 x 25 cm). Vouwen, vochtvlekken en andere vlekken.') en een heel korte samenvatting van wat in dat 'postpakket' wordt verteld.
Belangrijker is hoe Ned Kelly zelf schrijft: hij kent geen interpunctie, behalve de punten aan het eind van elke zin, werkt veel met afkortingen (g.v.d., hfdinsp. en zo), gebruikt een speciale werkwoordsvorm (nogal hollands aandoend, bvb 'we bennen', 'hun kennen dat doen' en zo), en dat maakt de sfeer erg authentiek, alsof het echt is gebeurd.
Wat na lezing wel wat in het achterhoofd blijft nazinderen: hoe enkele kleine tegenslagen iemand van het rechte pad weg en finaal de dieperik in kunnen leiden. Ned heeft het van in zijn jeugd niet makkelijk gehad, met een vader die door zijn criminele verleden al weinig kansen kreeg in het koloniale Australië. Ned wilde wel op het rechte pad blijven, zijn inborst was goed (of dat beweert hij toch zelf), maar de grootgrondbezitters en de politie dreven hem tot het uiterste. Een vleugje determinisme, als het ware.
Uiteraard is dit maar één kant van het verhaal, Kelly zal waarschijnlijk niet de braafste leerling van de klas zijn geweest. Maar toch, het stemt tot nadenken.
Eindoordeel: ****1/2
Nadat zijn moeder hem in de leer heeft gedaan bij een meester-struikrover, trekt hij zich terug in de bergen. Vandaaruit, met enkele kompanen, haalt hij zich door enkele kleinere criminele feiten de politie op de hals. Wanneer die hen dreigen in te rekenen, doodt hij de agenten, en het hek is voorgoed van de dam.
Als een Australische Robin Hood deelt hij de buit van enkele bankovervallen uit onder de bevolking, en wint hij zo hun sympathie, maar de bende stevent onafwendbaar op een tragisch einde af.
Mijn oordeel: Dit boek heb ik een aantal jaar geleden al eens gelezen, maar is zeker het herlezen waard.
Het boek krijgt een extra waarheidsgevoel door de stijl en de sfeer die Carey erin legt. Elk hoofdstuk begint met een soort literaire annotatie (bvb 'Postpapier met het briefhoofd van de Bank of New South Wales, 64 bladzijden van gemiddelde grootte (ca. 20 x 25 cm). Vouwen, vochtvlekken en andere vlekken.') en een heel korte samenvatting van wat in dat 'postpakket' wordt verteld.
Belangrijker is hoe Ned Kelly zelf schrijft: hij kent geen interpunctie, behalve de punten aan het eind van elke zin, werkt veel met afkortingen (g.v.d., hfdinsp. en zo), gebruikt een speciale werkwoordsvorm (nogal hollands aandoend, bvb 'we bennen', 'hun kennen dat doen' en zo), en dat maakt de sfeer erg authentiek, alsof het echt is gebeurd.
Wat na lezing wel wat in het achterhoofd blijft nazinderen: hoe enkele kleine tegenslagen iemand van het rechte pad weg en finaal de dieperik in kunnen leiden. Ned heeft het van in zijn jeugd niet makkelijk gehad, met een vader die door zijn criminele verleden al weinig kansen kreeg in het koloniale Australië. Ned wilde wel op het rechte pad blijven, zijn inborst was goed (of dat beweert hij toch zelf), maar de grootgrondbezitters en de politie dreven hem tot het uiterste. Een vleugje determinisme, als het ware.
Uiteraard is dit maar één kant van het verhaal, Kelly zal waarschijnlijk niet de braafste leerling van de klas zijn geweest. Maar toch, het stemt tot nadenken.
Eindoordeel: ****1/2
Gordon - Edith Templeton
In't kort: de ik-verteller, Louisa, is een jonge dame, die de iets oudere Richard Gordon ontmoet in London, net na WO II. Gordon is een psychiater en het klikt min of meer met Louisa, hij probeert haar -tot haar plezier- steeds te doorgronden en haar gedachten te voorspellen.
Belangrijker echter voor het verhaal: Gordon domineert Louisa al heel snel op seksueel gebied. Hun eerste keer komt als uit het niets, op een bank in een tuin. Maar de dominantie wordt groter en groter, tot op het (letterlijk) pijnlijke af. Sommige (verkrachtings-)scenes doen pijn aan de ogen. Louisa vindt echter een diepe bevrediging in die onderwerping, zowel lichamelijk als psychisch. Hun relatie loopt toch op de klippen, maar heeft Louisa gesterkt als persoon.
Mijn oordeel: Dit boekje werd heruitgegeven in de reeks 'Verboden Boeken' van De Morgen van enkele jaren geleden. Dat het ooit op de 'verboden lijst' heeft gestaan, wekt eigenlijk weinig verwondering. Het gaat er nogal expliciet seksueel, en soms ook erg hevig aan toe. Het boek verscheen in 1966 onder pseudoniem, en Templeton stemde er pas in 2003 in toe om onder haar eigen naam te publiceren.
Vlot lezend verhaal, goed geschreven, soms schokkend, soms wat lichter en milder in zijn toon.
Eindoordeel: ***1/2
Belangrijker echter voor het verhaal: Gordon domineert Louisa al heel snel op seksueel gebied. Hun eerste keer komt als uit het niets, op een bank in een tuin. Maar de dominantie wordt groter en groter, tot op het (letterlijk) pijnlijke af. Sommige (verkrachtings-)scenes doen pijn aan de ogen. Louisa vindt echter een diepe bevrediging in die onderwerping, zowel lichamelijk als psychisch. Hun relatie loopt toch op de klippen, maar heeft Louisa gesterkt als persoon.
Mijn oordeel: Dit boekje werd heruitgegeven in de reeks 'Verboden Boeken' van De Morgen van enkele jaren geleden. Dat het ooit op de 'verboden lijst' heeft gestaan, wekt eigenlijk weinig verwondering. Het gaat er nogal expliciet seksueel, en soms ook erg hevig aan toe. Het boek verscheen in 1966 onder pseudoniem, en Templeton stemde er pas in 2003 in toe om onder haar eigen naam te publiceren.
Vlot lezend verhaal, goed geschreven, soms schokkend, soms wat lichter en milder in zijn toon.
Eindoordeel: ***1/2
Wolf Hall- Hilary Mantel
In't kort: Thomas Cromwell wordt geboren in een arm gezin in Londen, +/- 1490. Hij kan ontsnappen aan zijn hardvochtige vader en doorkruist Europa, op zoek naar het fortuin. Als twintiger keert hij, met een zak vol levenservaring terug naar Engeland en wordt de rechterhand van kardinaal Wolsey, kanselier van Engeland.
Na de dood van zijn gezin én van Wolsey treedt hij in dienst van koning Henry VIII. Al snel schopt hij het tot de vertrouwenspersoon van de onzekere koning. Samen proberen ze van onder het kinderloze huwelijk met Catharine van Aragon te raken, om Engeland toch een rechtmatige troonopvolger te kunnen schenken.
Mijn oordeel: Wolf Hall is best een stevig en lijvig boek (663 blz in de Nederlandse vertaling), maar verveelt desondanks zelden of nooit. En toch staat het niet bol van de wilde actie en sensatie. Mantel bouwt haar verhaal heel geduldig op, neemt de tijd om haar personages te introduceren, en laat het verhaal eigenlijk voortdurend voortkabbelen zonder dat het vervelend wordt.
We krijgen een intrigerende inkijk in het Londen van rond 1530-1535, met een focus op het leven in de hogere kringen en het koninklijk hof. Dat die wereld bol staat van corruptie, achterklap, messen in de rug en vriendjespolitiek, behoeft geen verwondering. Gladjanus Cromwell kan zich daar meesterlijk doorheen spartelen, tot hij de top bereikt, als eerste adviseur van koning Henry.
Knap boek, enige minount is het veelvuldig gebruik van 'hij/hem/...', waar geregeld niet duidelijk is wie er dan wel bedoeld wordt. Maar da's een beetje mierenneukerij.
Eindoordeel: ****
Na de dood van zijn gezin én van Wolsey treedt hij in dienst van koning Henry VIII. Al snel schopt hij het tot de vertrouwenspersoon van de onzekere koning. Samen proberen ze van onder het kinderloze huwelijk met Catharine van Aragon te raken, om Engeland toch een rechtmatige troonopvolger te kunnen schenken.
Mijn oordeel: Wolf Hall is best een stevig en lijvig boek (663 blz in de Nederlandse vertaling), maar verveelt desondanks zelden of nooit. En toch staat het niet bol van de wilde actie en sensatie. Mantel bouwt haar verhaal heel geduldig op, neemt de tijd om haar personages te introduceren, en laat het verhaal eigenlijk voortdurend voortkabbelen zonder dat het vervelend wordt.
We krijgen een intrigerende inkijk in het Londen van rond 1530-1535, met een focus op het leven in de hogere kringen en het koninklijk hof. Dat die wereld bol staat van corruptie, achterklap, messen in de rug en vriendjespolitiek, behoeft geen verwondering. Gladjanus Cromwell kan zich daar meesterlijk doorheen spartelen, tot hij de top bereikt, als eerste adviseur van koning Henry.
Knap boek, enige minount is het veelvuldig gebruik van 'hij/hem/...', waar geregeld niet duidelijk is wie er dan wel bedoeld wordt. Maar da's een beetje mierenneukerij.
Eindoordeel: ****
1 augustus 2013
Dream Team - Jack McCallum
In ’t kort: Olympische Spelen 1992, Barcelona. Voor het
eerst doen Amerikaanse profs mee in het baskettoernooi. En niet zomaar profs,
maar de absolute sterren van de NBA: Michael Jordan, Magic Johnson, Larry Bird,
Charles Barkley, Clyde Drexler, Chris Mullin en consoorten. Ze staan bekend als
het Dream Team. Uiteraard winnen ze
het toernooi op één been (coach Chuck Daly nam niet één time-out, en in de
finale werd Kroatië geklopt met liefst 33 punten verschil), maar het boek
focust niet alleen op de wedstrijden, integendeel zelfs.
McCallum vertelt het volledige verhaal van het Dream Team, vanaf het fiat van de wereldbasketbond over het
gepalaver omtrent de samenstelling het team, het kwalificatietoernooi in Portland
en de Spelen zelf, tot de terugkeer in de USA.
Mijn oordeel: Ik neem jullie even mee naar februari 1992. Ik
kwam onverwacht in het ziekenhuis terecht door een acute appendicitis. Wat doet
een 16-jarige als ie zich verveelt in een ziekenhuisbed ? Jawel, tv kijken. Het
toenmalige Sportnet had de uitzendrechten over het NBA-basketbal, en net op dat
moment werd het jaarlijkse All Star Game gespeeld. Toevallig stuurde de zapper
me daarheen, en ik bleef kijken, gebiologeerd door wat zich op dat parket afspeelde.
Het toeval wil dat dit All Star Game één van de beste ooit werd, met de
terugkomst van Magic Johnson (in de herfst van 1991 gestopt omwille van zijn
HIV-positief-status) en prachtige staaltjes basketbal. Daar, en daar alleen, in
dat ziekenhuisbed, is mijn liefde voor het basketbal geboren.
Dat tijdens de zomer van datzelfde jaar het Dream Team nog betere
staaltjes van basketkunst in Barcelona liet zien, verdiepte die liefde. Ik werd
fan, en dat ben ik nog steeds (zij het iets minder obsessief, zie recensie
‘Fanatic’).
Het boek zelf dan. Eind jaren ’90 schreef Mart Smeets (wie anders) al
een werk over dit befaamde team, maar dit boek is anders opgevat, het focust
meer op de relaties tussen de diverse protagonisten dan op de wedstrijden zelf.
Boris Stankovic, de wereldbasketbaas, en David Stern (commissioner van de NBA) werken samen een deal uit om NBA-spelers
op de Spelen toe te laten. Stern en de (toen nog machtige) Amerikaanse
universiteitsbond gaan in de clinch over hoeveel NBA- en hoeveel College-spelers.
Het team wordt uiteindelijk samengesteld uit 11 NBA-spelers en amper één
universiteitsspeler.
De 11 NBA-spelers worden gekozen, waarbij heel wat onderlinge vetes
worden uitgevochten (vooral Bad Boy
Isiah Thomas moet het ontgelden, absolute vedette Jordan wil hem niét in het
team), en dan de eerste wedstrijden. De consternatie is groot wanneer een
verzameling college-spelers het Dream Team te kijk zetten in hun allereerste
wedstrijd samen. De volgende dag wordt orde op zaken gesteld, en het Dream Team
kijkt niet meer achterom.
Tussen het kwalificatietoernooi en de Spelen zelf, gaat het team op
afzondering naar Monte Carlo. Tussen al het gokken en golfen door, spelen ze
‘the Greatest Game that Nobody Ever Saw’, een onderling oefenpartijtje waarbij
elke speler zijn kunnen wilde tonen aan de anderen, en enkelen daar bekaaid
vanaf kwamen. McCallum heeft een tape van dit wedstrijdje kunnen bemachtigen,
en geeft een gedetailleerd verslag. Alleen al hierom is dit boek een topper.
In Barcelona zelf gaan de wedstrijden even makkelijk, maar voor de
spelers wordt het een luxe-gevangenis. Behalve Barkley, die zich traditioneel
van zijn leukste kant laat zien en elke avond de Ramblas onveilig maakt,
blijven quasi alle spelers in het hotel om zo de hordes aan fans en supporters
te ontlopen.
We krijgen ook nog een mooi terzijde over de strijd om het brons. Het
nietige Litouwen klopte Rusland, waar ze tot voor kort nog deel van uitmaakten,
en dat zorgde natuurlijk voor een ongezien feest. Sterspeler Arvydas Sabonis
had de zege zelfs zo hard gevierd dat hij dronken in zijn bed lag toen zijn
land het brons kreeg omgehangen…
Dat tijdens de medailleceremonie nog wat commerciële belangen spelen,
toont uiteindelijk aan dat alles toch voor het grootste deel om geld draaide.
Een beetje een ontnuchtering, dat wel, maar we hebben er toch maar mooi
ontstellend mooi basketbal door gekregen.
Het boek is een absolute aanrader voor iedereen die basketbal een warm
hart toedraagt: luchtig, met de nodige humor, zonder al te veel pretentie maar
toch diepgravend in de interviews en portretten, zet McCallum één van de beste
teams ooit, ever, in the history of sports, op een knappe manier neer.
Eindoordeel: het gebeurt zelden, maar deze keer toch: *****
The Heart of the Order - Thomas Boswell
In ‘t kort: Boswell is (of was) journalist en columnist
voor The Washington Post en volgde
vooral het baseball. Dit boek omvat een verzameling portretten en columns uit
de jaren 1984-1988, en werd uitgebracht in 1989. We starten met heel wat
portretten (sommige oppervlakkig, andere diepgravender), en kijken vervolgens
terug op de Word Series (de finale van het baseball-kampioenschap) uit die
jaren.
Mijn oordeel: ik kocht dit boek een hele tijd geleden, omdat
Mart Smeets (alweer hij) er in één van zijn boeken erg lovend over sprak. Ik
begon het boek eind jaren ’90 (ik vond in het boek als bladwijzer zelfs een
factuurtje terug van een weekendje uit naar de Floraliën in Nederland), maar
raakte toen niet erg ver. Deze vakantie leek me het ideale moment om het
nogmaals te proberen. En ik heb het me eigenlijk niet beklaagd…
Uiteraard is het boek wel gedateerd. Boswell windt zich nogal dikwijls
op over de miljoenencontracten die de toenmalige sterspelers uit de brand
konden slepen, maar die stellen eigenlijk niks voor in vergelijking met wat
baseballers vandaag verdienen. Ook zijn uitgebreide portret over Pete Rose en
zijn record-breaking quest for 4.192 hits
is, achteraf gezien, een beetje pijnlijk. Rose werd later gepakt voor het
wedden op wedstrijden waaraan hij zelf deelnam, en door de baseball-gemeenschap
met het vuilnis buiten gezet.
Ondanks deze ‘problemen’ blijft het toch een leuk, zij het soms langdradig,
boek. Sommige columns heb ik toch aan mij laten voorbijgaan, andere daarentegen
heb ik verslonden. “99
Reasons Why Baseball is Better than Football” is hilarisch (Reason 20: Eighty
degrees, a cold beer and a short-sleeve shirt are better than thirty degrees, a
hip flask and six layers of clothes under a lap blanket) !!
Boswell is een heel goed schrijver en portretmaker, maar het boek is
soms heel gedateerd. En z’n kleine kantjes en frustraties komen soms heel erg
tot uiting, wat irriterend kan werken.
Eindoordeel: ***1/2
Fanatic - Jim Gorant
In ’t kort: De ondertitel verklaart al veel: ‘Ten things
all sports fans should do before they die”. Gorant, journalist van Sports Ilustrated onderneemt een
pelgrimstocht langs 10 grote sportevenementen (op één na, Wimbledon, allemaal
Amerikaanse. Uiteraard.). De Super Bowl, de Daytona 500-race,
baseballwedstrijden bij de Chicago Cubs en de Boston Red Sox, de Kentucky
Derby-paardenrace, een American Football-wedstrijd van de Green Bay Packers, de
finale van het College Basketball-kampioenschap, allemaal passeren ze de revue.
Inderdaad, allemaal dingen die ik zelf ook wel eens wil meemaken
Mijn oordeel: de introductie zet al onmiddellijk de toon.
Gorant is een 40-jarige (ex?-)sportfanaat, die het supportersvuur uit zijn
jeugd een beetje is verloren. Toen hij tiener was, leefde hij alleen voor
sport, kende statistieken uit het hoofd, miste geen enkele wedstrijd van zijn
lievlingsteams, weende en juichte bij hun prestaties. Door de jaren heen
verschrompelde de bezetenheid, en dat vindt hij eigenlijk een beetje jammer.
Hey, that’s
me ten voeten uit. Ik herinner me nog dat ik met een aftandse recorder zelf
commentaar gaf bij het WK Veldrijden, toen gewonnen door – ik vergeet het nooit
– Klaus-Peter Thaler. Maar mijn liefde voor de (Europese) sport is door de
jaren heen getaand. Weg de live or die-liefde
voor blauw-zwart (ik kijk nauwelijks nog naar wedstrijden, laat staan dat ik
weet wie in de basis-elf staat), weg de obsessie met Belgisch basketbal
(gestorven samen met Bavi Vilvoorde), weg het gepalaver over de rondjes-33 in
het schaatsen (daar zitten de kids wel voor iets tussen, ik kan en mag
nauwelijks tv kijken op zondagnamiddag).
Gorant start zijn pelgrimstocht bij de Superbowl, de Daytona 500 en de
College Basketball-finale, waar hij overweldigd wordt door de massa en de
studentikoze sfeer. Nadien wordt het wat meer “upper class” met de Kentucky
Derby, het Masters-golftoernooi en Wimbledon (waar hij vruchteloos op zoek gaat
naar de befaamde strawberries-and-cream) om te eindigen bij de rechtgeaarde
supporters in Boston, Green Bay en Chicago.
Meer dan een pelgrimstocht is dit ook een zoektocht naar zichzelf. En
dat geeft aanleiding tot wat introspectie van de lezer zelf, dus ook bij mij.
En dat geeft het boek een onverwachte meerwaarde. Ook dit boek lag al lang
klaar op de plank, en ook van dit boek heb ik me achteraf beklaagd dat ik het
niet vroeger gelezen heb.
Scorecasting - Moskowitz & Wertheim
In ’t kort: Moskowitz, een econoom, en Wertheim, die voor Sports Illustrated schrijft, bundelen
hun krachten om enkele hardnekkige clichés en mythes in verband met sport tegen
het licht te houden en aan diepgravende statistische onderzoeken te
onderwerpen. Het resultaat is meestal verrassend, bij enkele thema’s zelfs
onthutsend.
Mijn oordeel: ik kreeg dit boek voor mijn verjaardag cadeau
van Zorex, en was er heel erg gelukkig mee. Eerder verslond ik Freakonomics, en nu wordt deze werkwijze
toegepast op mijn geliefde American Sports. En dan nog heel goed geschreven,
met humor, inzicht en perspectief. What else could I ask for ?
Sommige onderwerpen zullen ook niet-American Sports-fans bekoren, zoals
het uitgebreide stuk over het thuisvoordeel en waar dat vandaan komt
(verrassend, I assure you). Andere gaan echt over Amerikaanse dingen: de ‘vervloekte’ Chicago Cubs, de NFL Draft, het
probleem van de 4th down in American Football etc.
De statistische onderzoeken, echter, zijn niet altijd sport-gerelateerd,
komen meestal uit de psychologie. En dat maakt het volgens mij ook voor een
non-sports nut als ik best aangenaam
om te lezen.
Maar ik vond het ge-wel-dig !!
Op de achterflap stond een stukje uit de recensie van Richard Thaler,
professor in de gedragswetenschappen: “(Sports + Numbers) x Great Writing =
Winning Formula”. Beter had ik het niet kunnen zeggen.
Eindoordeel: ****1/2
Undaunted Courage - Stephe, Ambrose
In ’t kort : USA, eind 18de eeuw. Thomas Jefferson is net
president geworden van de piepjonge natie, en heeft van Frankrijk Louisiana
overgekocht. Voor alle duidelijkheid, dit Louisiana is niet enkel de huidige
staat Louisiana, maar eigenlijk het grootste deel van de huidige USA ten westen
van de Mississippi-Missouri.
Dit immense gebied is voor blanken tot dan toe volslagen onbekend, en
wordt enkel bevolkt door indianen en enkele verloren gelopen trappers.
Jefferson wil dit gebied zo snel mogelijk ontsluiten, en zoekt een
waterweg tussen de Mississippi en de Pacific Ocean. Daarvoor doet hij beroep op
een oude kennis, Meriwether Lewis, die samen met kompaan William Clark en een
groep van 20 onversaagden dat immense gebied doorkruisen tot bij de Pacific en
terug naar Washington. Lewis en Clark houden over deze immense onderneming elk
een apart dagboek bij, die als basis dienen voor Ambrose z’n spannende relaas.
Mijn oordeel: de
geschiedenis van de USA heeft me altijd al gefascineerd, vooral dan de vroegere
jaren (cfr ook mijn liefde voor de epossen van Beverly Swerling), ook al heb ik
er totnogtoe (te) weinig over gelezen. Dit boek stond al een tijdje op de plank
te blinken, en eindelijk heb ik het aangedurfd om me erin te gooien.
Ambrose heeft er een lijvig werkstuk van gemaakt (+/- 500 blz), maar net
zoals bij z’n eerdere meesterwerk “D-Day”
kan hij van het saaiste onderwerp toch een onderhoudend verhaal maken. De
aanloop is wat traag, met een introductie tot de (korte) geschiedenis van de
USA, een portret van president Jefferson en the
life and times of Meriwether Lewis, maar nergens gaat het vervelen.
En dan, het relaas van de toch zelf, spannend, onderhoudend, vlot
geschreven, met zin voor detail én zin voor humor. De karakters van Lewis,
Clark en enkele van de kompanen worden heel goed uitgetekend, je kan goed
inschatten wie wat precies doet, denkt of onderneemt en waarom.
Ambrose verliest nooit het grotere perspectief uit het oog, hij geeft je
het gevoel mee te reizen en samen met Lewis als eerste blanke de immense
vlaktes van Montana, de Bitterroot Mountains, de Great Falls of the Missouri en
al die andere prachtige dingen te aanschouwen.
Gelardeerd met de nodige afbeeldingen en kaarten verlies je ook nooit de
draad van het verhaal.
Heel knap gedaan.
Eindoordeel: ****1/2
Abonneren op:
Posts (Atom)








