29 juli 2014

Dieven van Vuur - Ivo Victoria

In't kort:
Midden de jaren '90 breken drie jonge vrienden (twintigers) in een leegstaand appartement in en maken zich daar de indrukwekkende jazzplatencollectie van de vorige bewoners eigen. Het appartement zou toch leeggehaald worden, ze redden de platen alleen maar van verzekerde vernietiging.
De verteller neemt op een van hun tochten ook een mapje met brieven en persoonlijke notities mee. Jaren later pas neemt hij deze door en besluit naar het Arasshotel te trekken op zoek naar antwoorden.

Mijn oordeel:
Ivo Victoria is een uitstekende overbrenger van nostalgie. Dat deed hij ook al voortreffelijk in Hoe ik nimmer de Ronde van Frankrijk voor min-twaalfjarigen won (en dat het me spijt) voor de periode van zijn kindertijd. Hier bevinden we ons in de hippe jaren '90 waar Antwerpen het epicentrum van de coole, hippe and arty music scene was. Een aantal jaren later liep ik daar als student ook rond (zij het minder hip :-)) en het verhaal nam me mee terug naar die tijd, naar bijvoorbeeld de eerste plaat van dEUS en het hele alternatieve sfeertje waar we dachten bij te horen (maar niet heus).

Naast het hoofdverhaal krijgen we ook het door de verteller geconstrueerde verhaal van de mensen die uit de brieven naar voren komen. Dat neemt ons mee naar de jaren '80, het begin van de vrije radio, de piratenzenders.

Door de combinatie van echte elementen (het Arasshotel bestaat bijvoorbeeld echt, ik ben er al vaak genoeg onoplettend langs gereden, nu pas viel het me op) en de fictieve wereld van de personages én doordat het verhaal zich afspeelt in de stad waar ik ondertussen toch een zeer significant deel van mijn leven heb doorgebracht, voelde ik me als lezer zeer thuis in deze roman. Hij vat ook perfect de tijdssfeer van toen.

Verder gebeurt er niet zo heel erg veel en laat Victoria heel wat eindjes open, maar hier past dat. Het personage probeert levens die hij niet kent ineen te puzzelen, maar er missen te veel stukken. Zo ook is deze roman een puzzel die mooier is als hij onaf blijft.

Eindoordeel:
****1/2

Er hoort een soundtrack bij het boek

10 november 2013

The Dying Animal - Philip Roth

In't kort:
David Kepesh, een cultuurprofessor op leeftijd, kiest om de zoveel jaren een van zijn vrouwelijke studentes uit om zijn bedgenoot te worden. Hij doet dit steeds zonder emotioneel te afhankelijk te worden, dat leidt alleen maar tot jaloezie en andere problemen.

Tot hij Consuela Castillo ontmoet, een knappe, rondborstige Cubaanse.

Mijn oordeel:
Het is al best een tijd geleden dat ik dit boek las. Terwijl ik al een aantal werken van Roth gelezen heb en goed vond, heeft dit boekje me vooral geërgerd.

Eigenlijk is Kepesh vooral een vies, oud mannetje dat zijn studentes, vanuit zijn dominante positie als professor (schijnbaar erotiseert macht :-)), verleidt voor zijn eigen seksuele fantasietjes. En we verstoppen dat achter wat gefilosofeer. Het gefilosofeer werkt niet. Sex is sex: een vleselijk gebeuren tussen twee mensen die elkaar liefhebben en dat plezier verschaft. In het geval van Kepesh is het vooral iets wat hém plezier moet verschaffen waarbij hij zijn dominantie probeert in te kleden in een filosofisch gewauwel van heb-ik-jou-daar.

Dat maakt dit boekje een beetje een enge bedoening en vraag ik me af of Roth zich zelf niet ziet als een Kepesh.

Eindoordeel:
**

Menens - Marc Reugebrink

In't kort:
"Douwes moet dood". Dit is een resolutie die Léon, een overjaarse links revolutionaire jongere, in 1988 op de avond van de overwinning van Nederland tegen Duitsland in de halve finale van het EK '88 aanneemt bij de geboorte van zijn dochtertje. Derk Siebolt Douwes is de hoofdredacteur van de Ochtendbode, een door elke Noord-Nederlander gelezen krant en voor Léon de verpersoonlijking van alles wat er fout loopt in de maatschappij.

Mijn oordeel:
Ik had eerder al het met de Gouden Uil gelauwerde 'Het Grote Uitstel' gelezen. Daar was ik, ondermeer doordat ik te weinig wist van de Nederlandse geschiedenis (althans, zo bleek), een beetje op mijn honger blijven zitten.

De schrijfstijl van Reugebrink sprak me toen echter wel aan. Dat doet het ook hier. Reugebrink doet Léon echt leven, je denkt als het ware mee met hem, je voelt enerzijds mee de ernst van Léons voornemen maar anderzijds ook de onzin ervan. Daardoor leest dit boek initieel ook als een trein.

Tegen het einde van het boek aan verliest de spanningsboog aan kracht en raak je als lezer wat uitgekeken op de interne monoloog van Léon. Treffend is dat dit perfect past in het 'afgezaagde' van Léons discours, waaruit nog maar eens blijkt dat Léon een reliek van een voorbijgestreefd links revolutionair verleden is. Een reliek dat Léon toen ook al was, misschien. Waar vele 'revolutionairen' vooral de gezelligheid van het groepsgevoel en het gezellig wiet roken voor ogen hadden, was Léon toen al diegene die maar bleef hameren op het partizanendom etc. Terwijl iedereen er de mond van vol had dat het hen menens was, was het alleen Léon nog die er voor ging.

In "Menens" krijgen we tegelijk een ironische als meewarige blik op zowel de hele 'linkse revolutie' als op de overgebleven activisten. Terwijl de anderen allang in de maat van het maatpak lopen, blijft de enkeling verweesd achter. Wie moet er dan uiteindelijk dood: Douwes? Of de revolutie?

Eindoordeel:
***1/2

1 november 2013

Hoe moet je zijn? - Sheila Heti

In't kort:
Sheila, vers gescheiden en vruchteloos schrijvend aan een toneelstuk, gaat op zoek naar hoe je moet zijn. Ze doet dit vooral door gesprekken met Margaux, schilder en haar beste vriendin.

Mijn oordeel:
Op geen enkel moment had Sheila Heti me mee. De gedachtenstromen over het leven, over kunst, over eender wat eigenlijk, leken me leeg, betekenisloos, ja, ik durf zeggen: onnozel.

Het boek wordt over het algemeen bijna jubelend ontvangen, dus ik mis blijkbaar iets. Het zal wel aan mij liggen (ben ik met een verkeerde instelling aan die boek begonnen?), maar het werkte dus niet.

Ik heb het boek na ongeveer twee derde vruchteloos zoeken naar de zin ervan opzij gelegd.

Eindoordeel:
-

Reizen zonder John - Geert Mak

In't kort:
60 jaar na het verschijnen van John Steinbecks reisverslag "Travels with Charly" volgt Geert Mak dezelfde route.

Waar Steinbeck in zijn tijd een soms pessimistisch verslag deed van het Amerika zoals het toen was, zo probeert Geert Mak dit voor het Amerika van de 21e eeuw.

Mijn oordeel:
Geert Mak is een van die schrijvers die non-fictie op een zeer leesbare, zeer persoonlijke en betrokken manier kan brengen. Door vanuit een zeer persoonlijke betrokkenheid over dit of dat feit te berichten, ben je als lezer ook meer betrokken  en geïnteresseerd.

In dit boek valt het wat tegen. Dat komt voornamelijk ook omdat Mak al heel snel aan geeft dat zijn idee voor het boek ten eerste niet bijster origineel is (op hetzelfde moment als hij doen andere journalisten net hetzelfde) en ook dat Steinbeck een hele hoop bij elkaar heeft verzonnen.

Voor mij voel je de hele tijd in dit boek dat Mak er dan maar wat van probeert te maken. Hij zeur een beetje en komt, voor wie wel al eens wat meer over de VS heeft gelezen, met niet zo heel erg nieuwe feiten aan.

Het leest nog steeds vlot, maar ik bleef wat op m'n honger zitten.  

Eindoordeel:
***1/2

The Ledge - Blànaid McKinney

In't kort:
John Kelso is en presentator van een cult filmprogramma op TV. Op een nacht wordt hij ontvoerd door Kenny, een fan die Kelso een scenario wil laten lezen.

Lynne is researcher voor een populaire talkshow en een vat vol feiten en weetjes. Op een dag interviewt ze John Kelso over zijn ontvoering waarna de liefde opbloeit.

Tom is een dief die, na het inbreken in Lynnes flat, hopeloos verliefd op haar wordt.

Mijn oordeel:
Het boek en het verhaal van de vier hoofdpersonages John, Lynne, Tom en Kenny beginnen veelbelovend. Het zijn interessante, geloofwaardige personages waar je meer over wilt weten. Alleen is McKinney gaandeweg letterlijk 'losing the plot'. Waar de kidnapping van Kelso door Kenny plausibel was, net als de match tussen Kelso en Lynne en de jaloezie van Tom, begint het halverwege te rammelen wanneer McKinney probeert alle vier de personages aan elkaar te linken. De tour de force is dat Tom en Kenny elkaar toevallig ontmoeten in een pub, meteen een vriendschap smeden en, oh toeval, in dat café ook meteen de oude maten van Kenny uit Ierland zitten. Akkoord, in fictie moet je af en toe een en ander forceren, maar hier wordt snel iets gefabriceerd waardoor je als lezer het niet meer gelooft. Althans deze lezer niet. Eén deus-ex-machina kan nog wel, maar om haar eindjes bij elkaar te knopen krijgen we er hier toch wel een aantal teveel.

Bovendien staan er nog te veel ideeën in dit boek die er wat mij betreft uitgeregeerd hadden gemogen. Zo krijgen we regelmatig (via Lynne) ideetjes voor thema's voor de praatshow waar zij research voor doet. Daar zitten leuke ideeën bij die het boek initieel opfleuren. Alleen: ze blijft dit doen waardoor een leuk idee plots loze bladvulling begint te worden. Idem voor ideeën voor het filmprogramma van Kelso.

Zo ook met een aantal personages. De bende 'vrienden' van Kenny zijn initieel mooi uitgewerkte personages tot ze plots weer moeten opduiken. Je denkt dan: aha, dit is de aanzet tot een finale, tot de personages één voor één weer verdwijnen zonder dat ze mijns inziens een bepalende rol in het verhaal hebben gehad. Alsof McKinney nog wat ingevingen over haar personages wilde verwerken. Het werkt het verhaal alleen maar tegen en het zorgt voor ergernis bij de lezer.

Het resultaat was vooral dat ik vanaf ongeveer halverwege het boek geen geloof meer had in het verhaal. En dat is jammer, want er zit zeker veel potentieel in dit boek. McKinney bedenkt zeer interessante personages maar ze faalt voor mij als ze die personages in een plot moet gieten.

Eindoordeel:
**1/2

30 oktober 2013

Spiegel van de Middeleeuwen - Jozef Janssens

In't kort: Een overzicht van de Middeleeuwen in woord en beeld, met verschillende invalshoeken en heel wat fijne anekdotes, kleine weetjes en geschiedenisjes om de grote achterliggende stelling te bewijzen: de Middeleeuwen zijn veel meer dan enkel een periode van donkere leegte tussen de Oudheid en de Renaissance, zoals ons in het middelbaar onderwijs wordt ingestampt.

Mijn oordeel: Jozef Janssens heeft bij mij de liefde voor de Middeleeuwen opgewekt in zijn colleges, ik las al heel wat van zijn anderen werken, en zijn grote synthese kon ik dan ook niet missen.
Een ge-wel-dig boek, alles wat ik ervan verwachtte en meer. En mooi, zo mooi, al die illustraties.
Een (letterlijk en figuurlijk) prachtig boek.

Eindoordeel: *****

Het ware verhaal van de Kelly-bende - Peter Carey

In't kort: Ned Kelly, de beroemdste struikrover van Australië, vertelt zijn levensverhaal aan zijn dochter, die hij nooit heeft mogen en kunnen zien.
Nadat zijn moeder hem in de leer heeft gedaan bij een meester-struikrover, trekt hij zich terug in de bergen. Vandaaruit, met enkele kompanen, haalt hij zich door enkele kleinere criminele feiten de politie op de hals. Wanneer die hen dreigen in te rekenen, doodt hij de agenten, en het hek is voorgoed van de dam.
Als een Australische Robin Hood deelt hij de buit van enkele bankovervallen uit onder de bevolking, en wint hij zo hun sympathie, maar de bende stevent onafwendbaar op een tragisch einde af.

Mijn oordeel: Dit boek heb ik een aantal jaar geleden al eens gelezen, maar is zeker het herlezen waard.
Het boek krijgt een extra waarheidsgevoel door de stijl en de sfeer die Carey erin legt. Elk hoofdstuk begint met een soort literaire annotatie (bvb 'Postpapier met het briefhoofd van de Bank of New South Wales, 64 bladzijden van gemiddelde grootte (ca. 20 x 25 cm). Vouwen, vochtvlekken en andere vlekken.') en een heel korte samenvatting van wat in dat 'postpakket' wordt verteld.
Belangrijker is hoe Ned Kelly zelf schrijft: hij kent geen interpunctie, behalve de punten aan het eind van elke zin, werkt veel met afkortingen (g.v.d., hfdinsp. en zo), gebruikt een speciale werkwoordsvorm (nogal hollands aandoend, bvb 'we bennen', 'hun kennen dat doen' en zo), en dat maakt de sfeer erg authentiek, alsof het echt is gebeurd.
Wat na lezing wel wat in het achterhoofd blijft nazinderen: hoe enkele kleine tegenslagen iemand van het rechte pad weg en finaal de dieperik in kunnen leiden. Ned heeft het van in zijn jeugd niet makkelijk gehad, met een vader die door zijn criminele verleden al weinig kansen kreeg in het koloniale Australië. Ned wilde wel op het rechte pad blijven, zijn inborst was goed (of dat beweert hij toch zelf), maar de grootgrondbezitters en de politie dreven hem tot het uiterste. Een vleugje determinisme, als het ware.
Uiteraard is dit maar één kant van het verhaal, Kelly zal waarschijnlijk niet de braafste leerling van de klas zijn geweest. Maar toch, het stemt tot nadenken.

Eindoordeel: ****1/2

Gordon - Edith Templeton

In't kort: de ik-verteller, Louisa, is een jonge dame, die de iets oudere Richard Gordon ontmoet in London, net na WO II. Gordon is een psychiater en het klikt min of meer met Louisa, hij probeert haar -tot haar plezier- steeds te doorgronden en haar gedachten te voorspellen.
Belangrijker echter voor het verhaal: Gordon domineert Louisa al heel snel op seksueel gebied. Hun eerste keer komt als uit het niets, op een bank in een tuin. Maar de dominantie wordt groter en groter, tot op het (letterlijk) pijnlijke af. Sommige (verkrachtings-)scenes doen pijn aan de ogen. Louisa vindt echter een diepe bevrediging in die onderwerping, zowel lichamelijk als psychisch. Hun relatie loopt toch op de klippen, maar heeft Louisa gesterkt als persoon.

Mijn oordeel: Dit boekje werd heruitgegeven in de reeks 'Verboden Boeken' van De Morgen van enkele jaren geleden. Dat het ooit op de 'verboden lijst' heeft gestaan, wekt eigenlijk weinig verwondering. Het gaat er nogal expliciet seksueel, en soms ook erg hevig aan toe. Het boek verscheen in 1966 onder pseudoniem, en Templeton stemde er pas in 2003 in toe om onder haar eigen naam te publiceren.
Vlot lezend verhaal, goed geschreven, soms schokkend, soms wat lichter en milder in zijn toon.

 Eindoordeel: ***1/2

Wolf Hall- Hilary Mantel

In't kort: Thomas Cromwell wordt geboren in een arm gezin in Londen, +/- 1490. Hij kan ontsnappen aan zijn hardvochtige vader en doorkruist Europa, op zoek naar het fortuin. Als twintiger keert hij, met een zak vol levenservaring terug naar Engeland en wordt de rechterhand van kardinaal Wolsey, kanselier van Engeland.
Na de dood van zijn gezin én van Wolsey treedt hij in dienst van koning Henry VIII. Al snel schopt hij het tot de vertrouwenspersoon van de onzekere koning. Samen proberen ze van onder het kinderloze huwelijk met Catharine van Aragon te raken, om Engeland toch een rechtmatige troonopvolger te kunnen schenken.

Mijn oordeel: Wolf Hall is best een stevig en lijvig boek (663 blz in de Nederlandse vertaling), maar verveelt desondanks zelden of nooit. En toch staat het niet bol van de wilde actie en sensatie. Mantel bouwt haar verhaal heel geduldig op, neemt de tijd om haar personages te introduceren, en laat het verhaal eigenlijk voortdurend voortkabbelen zonder dat het vervelend wordt.
We krijgen een intrigerende inkijk in het Londen van rond 1530-1535, met een focus op het leven in de hogere kringen en het koninklijk hof. Dat die wereld bol staat van corruptie, achterklap, messen in de rug en vriendjespolitiek, behoeft geen verwondering. Gladjanus Cromwell kan zich daar meesterlijk doorheen spartelen, tot hij de top bereikt, als eerste adviseur van koning Henry.
Knap boek, enige minount is het veelvuldig gebruik van 'hij/hem/...', waar geregeld niet duidelijk is wie er dan wel bedoeld wordt. Maar da's een beetje mierenneukerij.

Eindoordeel: ****

1 augustus 2013

Dream Team - Jack McCallum



In ’t kort: Olympische Spelen 1992, Barcelona. Voor het eerst doen Amerikaanse profs mee in het baskettoernooi. En niet zomaar profs, maar de absolute sterren van de NBA: Michael Jordan, Magic Johnson, Larry Bird, Charles Barkley, Clyde Drexler, Chris Mullin en consoorten. Ze staan bekend als het Dream Team. Uiteraard winnen ze het toernooi op één been (coach Chuck Daly nam niet één time-out, en in de finale werd Kroatië geklopt met liefst 33 punten verschil), maar het boek focust niet alleen op de wedstrijden, integendeel zelfs.
McCallum vertelt het volledige verhaal van het Dream Team, vanaf het fiat van de wereldbasketbond over het gepalaver omtrent de samenstelling het team, het kwalificatietoernooi in Portland en de Spelen zelf, tot de terugkeer in de USA.

Mijn oordeel: Ik neem jullie even mee naar februari 1992. Ik kwam onverwacht in het ziekenhuis terecht door een acute appendicitis. Wat doet een 16-jarige als ie zich verveelt in een ziekenhuisbed ? Jawel, tv kijken. Het toenmalige Sportnet had de uitzendrechten over het NBA-basketbal, en net op dat moment werd het jaarlijkse All Star Game gespeeld. Toevallig stuurde de zapper me daarheen, en ik bleef kijken, gebiologeerd door wat zich op dat parket afspeelde.
Het toeval wil dat dit All Star Game één van de beste ooit werd, met de terugkomst van Magic Johnson (in de herfst van 1991 gestopt omwille van zijn HIV-positief-status) en prachtige staaltjes basketbal. Daar, en daar alleen, in dat ziekenhuisbed, is mijn liefde voor het basketbal geboren.
Dat tijdens de zomer van datzelfde jaar het Dream Team nog betere staaltjes van basketkunst in Barcelona liet zien, verdiepte die liefde. Ik werd fan, en dat ben ik nog steeds (zij het iets minder obsessief, zie recensie ‘Fanatic’).
Het boek zelf dan. Eind jaren ’90 schreef Mart Smeets (wie anders) al een werk over dit befaamde team, maar dit boek is anders opgevat, het focust meer op de relaties tussen de diverse protagonisten dan op de wedstrijden zelf. Boris Stankovic, de wereldbasketbaas, en David Stern (commissioner van de NBA) werken samen een deal uit om NBA-spelers op de Spelen toe te laten. Stern en de (toen nog machtige) Amerikaanse universiteitsbond gaan in de clinch over hoeveel NBA- en hoeveel College-spelers. Het team wordt uiteindelijk samengesteld uit 11 NBA-spelers en amper één universiteitsspeler.
De 11 NBA-spelers worden gekozen, waarbij heel wat onderlinge vetes worden uitgevochten (vooral Bad Boy Isiah Thomas moet het ontgelden, absolute vedette Jordan wil hem niét in het team), en dan de eerste wedstrijden. De consternatie is groot wanneer een verzameling college-spelers het Dream Team te kijk zetten in hun allereerste wedstrijd samen. De volgende dag wordt orde op zaken gesteld, en het Dream Team kijkt niet meer achterom.
Tussen het kwalificatietoernooi en de Spelen zelf, gaat het team op afzondering naar Monte Carlo. Tussen al het gokken en golfen door, spelen ze ‘the Greatest Game that Nobody Ever Saw’, een onderling oefenpartijtje waarbij elke speler zijn kunnen wilde tonen aan de anderen, en enkelen daar bekaaid vanaf kwamen. McCallum heeft een tape van dit wedstrijdje kunnen bemachtigen, en geeft een gedetailleerd verslag. Alleen al hierom is dit boek een topper.
In Barcelona zelf gaan de wedstrijden even makkelijk, maar voor de spelers wordt het een luxe-gevangenis. Behalve Barkley, die zich traditioneel van zijn leukste kant laat zien en elke avond de Ramblas onveilig maakt, blijven quasi alle spelers in het hotel om zo de hordes aan fans en supporters te ontlopen.
We krijgen ook nog een mooi terzijde over de strijd om het brons. Het nietige Litouwen klopte Rusland, waar ze tot voor kort nog deel van uitmaakten, en dat zorgde natuurlijk voor een ongezien feest. Sterspeler Arvydas Sabonis had de zege zelfs zo hard gevierd dat hij dronken in zijn bed lag toen zijn land het brons kreeg omgehangen…
Dat tijdens de medailleceremonie nog wat commerciële belangen spelen, toont uiteindelijk aan dat alles toch voor het grootste deel om geld draaide. Een beetje een ontnuchtering, dat wel, maar we hebben er toch maar mooi ontstellend mooi basketbal door gekregen.
Het boek is een absolute aanrader voor iedereen die basketbal een warm hart toedraagt: luchtig, met de nodige humor, zonder al te veel pretentie maar toch diepgravend in de interviews en portretten, zet McCallum één van de beste teams ooit, ever, in the history of sports, op een knappe manier neer.

Eindoordeel: het gebeurt zelden, maar deze keer toch: *****

The Heart of the Order - Thomas Boswell



In ‘t kort: Boswell is (of was) journalist en columnist voor The Washington Post en volgde vooral het baseball. Dit boek omvat een verzameling portretten en columns uit de jaren 1984-1988, en werd uitgebracht in 1989. We starten met heel wat portretten (sommige oppervlakkig, andere diepgravender), en kijken vervolgens terug op de Word Series (de finale van het baseball-kampioenschap) uit die jaren.

Mijn oordeel: ik kocht dit boek een hele tijd geleden, omdat Mart Smeets (alweer hij) er in één van zijn boeken erg lovend over sprak. Ik begon het boek eind jaren ’90 (ik vond in het boek als bladwijzer zelfs een factuurtje terug van een weekendje uit naar de Floraliën in Nederland), maar raakte toen niet erg ver. Deze vakantie leek me het ideale moment om het nogmaals te proberen. En ik heb het me eigenlijk niet beklaagd…
Uiteraard is het boek wel gedateerd. Boswell windt zich nogal dikwijls op over de miljoenencontracten die de toenmalige sterspelers uit de brand konden slepen, maar die stellen eigenlijk niks voor in vergelijking met wat baseballers vandaag verdienen. Ook zijn uitgebreide portret over Pete Rose en zijn record-breaking quest for 4.192 hits is, achteraf gezien, een beetje pijnlijk. Rose werd later gepakt voor het wedden op wedstrijden waaraan hij zelf deelnam, en door de baseball-gemeenschap met het vuilnis buiten gezet.
Ondanks deze ‘problemen’ blijft het toch een leuk, zij het soms langdradig, boek. Sommige columns heb ik toch aan mij laten voorbijgaan, andere daarentegen heb ik verslonden. “99 Reasons Why Baseball is Better than Football” is hilarisch (Reason 20: Eighty degrees, a cold beer and a short-sleeve shirt are better than thirty degrees, a hip flask and six layers of clothes under a lap blanket) !!
Boswell is een heel goed schrijver en portretmaker, maar het boek is soms heel gedateerd. En z’n kleine kantjes en frustraties komen soms heel erg tot uiting, wat irriterend kan werken.

Eindoordeel: ***1/2

Fanatic - Jim Gorant



In ’t kort: De ondertitel verklaart al veel: ‘Ten things all sports fans should do before they die”. Gorant, journalist van Sports Ilustrated onderneemt een pelgrimstocht langs 10 grote sportevenementen (op één na, Wimbledon, allemaal Amerikaanse. Uiteraard.). De Super Bowl, de Daytona 500-race, baseballwedstrijden bij de Chicago Cubs en de Boston Red Sox, de Kentucky Derby-paardenrace, een American Football-wedstrijd van de Green Bay Packers, de finale van het College Basketball-kampioenschap, allemaal passeren ze de revue. Inderdaad, allemaal dingen die ik zelf ook wel eens wil meemaken

Mijn oordeel: de introductie zet al onmiddellijk de toon. Gorant is een 40-jarige (ex?-)sportfanaat, die het supportersvuur uit zijn jeugd een beetje is verloren. Toen hij tiener was, leefde hij alleen voor sport, kende statistieken uit het hoofd, miste geen enkele wedstrijd van zijn lievlingsteams, weende en juichte bij hun prestaties. Door de jaren heen verschrompelde de bezetenheid, en dat vindt hij eigenlijk een beetje jammer.
Hey, that’s me ten voeten uit. Ik herinner me nog dat ik met een aftandse recorder zelf commentaar gaf bij het WK Veldrijden, toen gewonnen door – ik vergeet het nooit – Klaus-Peter Thaler. Maar mijn liefde voor de (Europese) sport is door de jaren heen getaand. Weg de live or die-liefde voor blauw-zwart (ik kijk nauwelijks nog naar wedstrijden, laat staan dat ik weet wie in de basis-elf staat), weg de obsessie met Belgisch basketbal (gestorven samen met Bavi Vilvoorde), weg het gepalaver over de rondjes-33 in het schaatsen (daar zitten de kids wel voor iets tussen, ik kan en mag nauwelijks tv kijken op zondagnamiddag).
Gorant start zijn pelgrimstocht bij de Superbowl, de Daytona 500 en de College Basketball-finale, waar hij overweldigd wordt door de massa en de studentikoze sfeer. Nadien wordt het wat meer “upper class” met de Kentucky Derby, het Masters-golftoernooi en Wimbledon (waar hij vruchteloos op zoek gaat naar de befaamde strawberries-and-cream) om te eindigen bij de rechtgeaarde supporters in Boston, Green Bay en Chicago.
Meer dan een pelgrimstocht is dit ook een zoektocht naar zichzelf. En dat geeft aanleiding tot wat introspectie van de lezer zelf, dus ook bij mij. En dat geeft het boek een onverwachte meerwaarde. Ook dit boek lag al lang klaar op de plank, en ook van dit boek heb ik me achteraf beklaagd dat ik het niet vroeger gelezen heb.

Eindoordeel: ****

Scorecasting - Moskowitz & Wertheim



In ’t kort: Moskowitz, een econoom, en Wertheim, die voor Sports Illustrated schrijft, bundelen hun krachten om enkele hardnekkige clichés en mythes in verband met sport tegen het licht te houden en aan diepgravende statistische onderzoeken te onderwerpen. Het resultaat is meestal verrassend, bij enkele thema’s zelfs onthutsend.

Mijn oordeel: ik kreeg dit boek voor mijn verjaardag cadeau van Zorex, en was er heel erg gelukkig mee. Eerder verslond ik Freakonomics, en nu wordt deze werkwijze toegepast op mijn geliefde American Sports. En dan nog heel goed geschreven, met humor, inzicht en perspectief. What else could I ask for ?
Sommige onderwerpen zullen ook niet-American Sports-fans bekoren, zoals het uitgebreide stuk over het thuisvoordeel en waar dat vandaan komt (verrassend, I assure you). Andere gaan echt over Amerikaanse dingen: de ‘vervloekte’ Chicago Cubs, de NFL Draft, het probleem van de 4th down in American Football etc.
De statistische onderzoeken, echter, zijn niet altijd sport-gerelateerd, komen meestal uit de psychologie. En dat maakt het volgens mij ook voor een non-sports nut als ik best aangenaam om te lezen.
Maar ik vond het ge-wel-dig !!
Op de achterflap stond een stukje uit de recensie van Richard Thaler, professor in de gedragswetenschappen: “(Sports + Numbers) x Great Writing = Winning Formula”. Beter had ik het niet kunnen zeggen.

Eindoordeel: ****1/2